Begin april 2011, het is warm in de Alpen. Skigebieden worden vol geblazen met sneeuw uit kanonnen en in de dorpen is het gras al groen. Het einde van het seizoen lijkt aangebroken. Maar in delen van de Alpen die je vanuit de hoogste liften niet kan bereiken, waar nog steenbokken rondlopen en waar gesmolten sneeuw het meest flitsende drankje is, is er een ander seizoen volop in gang: tourskiën! Geitenwollen sokken? We don’t think so. Met vijf chicks, vijf paar poederski’s, vellen, lawinegear en helmen in alle kleuren van de regenboog zijn we klaar om te vertrekken.

Woord: Danielle & Sophie Cohen met input van de andere meiden. Beeld: Paul Mair


Uitdaging

Wij ontdekten het tourskiën een aantal jaar geleden. De pistes van de meeste grote gebieden hadden weinig geheimen meer, de spanning was weg. Verse poedersneeuw, dat hadden we nodig. Maar zelf op zoek naar verse sneeuw buiten de pistes brengt lawinegevaar met zich mee en kennis om er veilig zelf op uit te gaan hebben we niet. What to do? Via via hoorden we over tourskiën. Dat het zwaar is, maar wel de ultieme uitdaging, de ultieme kick en de ultieme poederervaring in de Alpen. Is dit de nieuwe uitdaging waar we naar op zoek zijn?

A match made in heaven
Paul, de gids die we zo gek kregen om met ons op pad te gaan, moest hard lachen toen hij ons voor het eerst zag met tijgerprint haarbandjes en glimmende jassen. Hij zou de gigolo van iedere berghut zijn, maar of we omhoog zouden komen? Het blijkt een ‘match made in heaven’. Zowel tussen ons en de gids, als tussen ons en het touren. Want sinds die eerste keer zijn we verslaafd. De thrill van de klim omhoog, het uitzicht en de voldoening van het samen beklimmen van adembenemend mooie toppen. De kick van het steeds verder verleggen van je grenzen. Maar vooral de beloning van al dat werk: kilometers private powder, soms tot je knieën en niemand om je heen. Onze eigen sporen, netjes naast elkaar tegen de berg en na afloop natuurlijk de radlers op het terras van de berghut. De piste hebben we sinds onze eerst tourski-trip niet meer gezien.

Freeriden
De eerste drie dagen slapen we met onze vaste gids, de Oostenrijker Paul Mair, in St. Anton. Een bestemming bij velen bekend om de ongeëvenaarde après-ski sfeer, maar bij een selecte groep om de eindeloze off-piste mogelijkheden. In de liften van St. Anton zien we er naast de Engelse skiklasjes wat overdressed uit: helmen, gletsjerbrillen, ABS rugzakken, brede off-piste ski’s, vellen, EHBO-sets en touwen. Overdreven? Niet echt. Zodra we de ‘Warning: End of Piste’ linten voorbij zijn, is niets van die spullen overbodig. We nemen één of twee liften om in korte tijd zo hoog mogelijk te komen. Dan nog een uurtje lopen met vellen en af en toe een stukje klimmen over een randje, een bergpas, om uiteindelijk op een mooie top te komen.

Blood on the tracks
Op dag drie moeten we bijna vijftig meter met onze ski’s op onze schouders omhoog klimmen. Paul voorop, wij erachteraan. Terwijl de helft al boven van het uitzicht staat te genieten en Paul de lijnen zoekt voor de afdaling, wordt er opeens van beneden geroepen “De EHBO-sets, nu!” Beneden zien we één van ons met een hand vol bloed en een grote rode vlek in de sneeuw. De kanten van haar ski’s hebben een diepe snee in haar hand gemaakt toen ze de ski’s op haar schouders wilde leggen. De twee dokters van het team gaan los met de EHBO-set, die al jaren mee gaat en nog nooit gebruikt is. Hechten gaat niet lukken hier op de berg, maar we krijgen de bloeding droog. Na een pittige afdaling en drie hechtingen van de lokale huisarts, zitten we ‘s avonds achter grote borden pasta om ons op te laden voor de volgende dag. Dit wordt een uitdaging, want hechtingen in warme broeierige wanten is niet de ideale combinatie. Gelukkig blijft Paul positief als altijd “Never a dull moment with you girls!”

Crème Brûlée en Champagnepoeder
Drie dagen lang maken we tochten door alle soorten sneeuw. De eerste dagen zijn de zuidhellingen nog goed voor zachte poeder, die steeds zwaarder en natter wordt naarmate de dag vordert. Later in de week neemt Paul ons mee naar de steilere North-faces, waar de poeder nog licht en fluffy is maar zich wel zo gesetteld heeft dat we zonder lawinegevaar kunnen skiën. Zon en champagnepoeder, beter dan dit wordt het niet! De pittigste sneeuwconditie is de ‘Crème brûlée’ (of Bucherharsch in het Oostenrijks). Deze sneeuw is in de zon gesmolten en ‘s nachts weer opgevroren waardoor er een crusty bovenlaagje ontstaat. Daaronder zit nog zachte poeder. Zodra je er met een been doorheen zakt, is het keihard werken óf head-first in de sneeuw.

We overnachten in de Piltriquiton Skiers Lodge van Jacob Slot en Cornelia Zamernik, twee professionele telemarkers die in de winter een freeriderslodge in St. Anton runnen en in de zomer ‘overwinteren’ in Patagonië. Zij onthullen ons alle geheimen van off-piste St. Anton en zorgen ook nog eens voor de energyboost die we na de afgelopen dagen nodig hebben, door ons vol te stoppen met enorme biefstukken van de gril. Maar, na drie dagen wordt het tijd voor meer actie, en minder douchen.

Tourskiën Bergheil!
Na de eerste dagen freeriden zijn we ingeskied, uitgeslapen en klaar voor nieuwe avonturen. Met de backpacks zo licht mogelijk gepakt, verlaten we onze lodge in St. Anton. Het plan is om drie dagen van hut naar hut te touren, een aantal bergtoppen te beklimmen en zoveel mogelijk maagdelijke poeder te vinden. Onze rugzakken zijn gevuld met harnassen, stijgijzers en touwen.

De eerste meters touren met al je spullen op je rug zijn zwaar, maar we zijn fit en zo komen we op de eerste dag moe maar voldaan op de top van de Pfannknecht (2822 meter). Op de top van elke berg vindt er een belangrijk ritueel plaats: ‘Bergheilen’. Hoe moe of zweterig je ook bent, het is traditie om elkaar te kussen als je de top hebt gehaald en daarbij ‘bergheil’ te zeggen. Verder is het de perfecte plek voor foto’s en voor de iPhone-app ‘peakfinder’ om het briljante uitzicht beter te begrijpen. En dan: vellen eraf, jassen aan, schoenen strak, helmen op en SKIËN! De sneeuw is, net als boven St. Anton, een mengsel van fantastische poeder en natte, zware sneeuw waar je tot je schouders in kan verdrinken. Belangrijk is de timing, een half uur eerder of later komt neer op wel of geen goede sneeuw. Gelukkig voelt Paul dit, zelfs zonder horloge, feilloos aan.

Hutteleven
Tourskiën betekent slapen in berghutten. Berghutten zijn overal in de Alpen te vinden en vormen de basis vanuit waar klimmers en skiërs hun avonturen beginnen. Het leven in de hut is een ervaring op zich. Een mix van sportieve mensen van 16 tot 86 jaar, die één tot zeven dagen niet hebben gedoucht, bier drinken in de zon en die met crocs, hoofdlampen en blarenpleisters aan tafel hun voeten verzorgen. Iedereen geeft elkaar tips over mooie toppen en goede sneeuw. Onze groep trekt de aandacht in de hut, vijf chicks die de hele avond de slappe lach hebben om wie er die dag de mooiste crash heeft gemaakt. Paul krijgt blikken van alle andere gidsen “Where did you find those girls?”

Giechelen of niet, we zijn bloedserieus als het gaat om de voorbereiding op de volgende dag. Na het eten wordt de kaart uitgevouwen op tafel en bekijken we onze opties tijdens maptime. Welke toppen kunnen we beklimmen? Waar liggen de North-faces met goede sneeuw? Hoeveel hoogtemeters moeten we klimmen om aan de top van die gletsjer te komen? Wel of geen harnassen mee? Paul leert ons hoe je kunt inschatten welke hellingen mogelijk lawinegevaarlijk zijn, hoe je rekening kunt houden met de windrichting tijdens de sneeuwval en hoe je kan weten waar de sneeuw nog goed zal zijn en waar niet.

Abseilen
Op dag twee van de huttentocht skiën we naar de Tuoi-hutte aan de voet van de Piz Buin-berg. Maar niet zonder daar iets voor te moeten doen. We klimmen in een paar uur de Hinterem Jamjoch (3165 meter) op en komen op de weg terug aan bij een afgrond van ongeveer vijftig meter. Even slikken. Wij staan nog in Oostenrijk en daar beneden is Zwitserland. Paul heeft zijn ski’s in de sneeuw gezet en in vijf minuten een systeem gefabriceerd dat stevig genoeg is om aan te hangen. Hangen? Yeah right, abseilen dus! Eén voor één gooit hij ons over de rand. Er is geen tijd voor twijfel of angst. Als we allemaal beneden staan klimt Paul ons achterna. Een uur later zijn we à la James Bond Zwitserland abseilend binnengegaan. Wow! De beloning is dat we in een kom zijn beland waar dankzij de zon perfecte firn is ontstaan – het bovenste laagje van de sneeuw is boterzacht en laat zich heerlijk skiën. Met de Piz Buin op de achtergrond dalen we af naar de hut. Lucky us!

Touren of Heliskiën?
Een misverstand van tourskiën is dat het lopen pure noodzaak is. Niets is minder waar. Het is even fantastisch om vroeg in de morgen, met de opkomende zon en niets anders dan elkaar en de natuur om je heen omhoog te lopen. Het is bijna meditatie. Ook technisch zijn er voordelen, tijdens de klim kan de gids de berg ‘leren kennen’, kijken waar de beste sneeuw ligt en goed inschatten waar het lawinegevaar het grootst is. Hierin onderscheidt touren zich van heliskiën en freeriden. Je bent meer ‘één met de berg’ en veel gidsen vinden touren daarom veiliger en met meer respect voor de natuur.

Duwtje in de rug
Na zeven dagen skiën en klimmen, toppen en dalen, topsneeuw en baggersneeuw en vooral heel veel lol dalen we af naar onze auto. De laatste bochten van het seizoen doen altijd een beetje pijn. Maar een ding is zeker, wij komen terug. Een waarschuwing voor wie dit seizoen voor het eerst gaat tourskiën, het is verslavend! Pistes worden saai en zonder gids, backpack, lawinegear en vellen op pad gaan voelt just not right. Als je er eenmaal aan bent begonnen, kan en wil je niet meer terug. Bij tourskiën is de eerste stap de moeilijkste maar ga er voor, zet die stap.

01 – Hoe goed moet je zijn? En de groep?
Tourskiën bestaat uit omhoog vellen en naar beneden skiën. Allebei moet je ze enigszins onder de knie hebben om mooie tochten te kunnen maken. Omhoog vellen is een beweging als lopen met bovengemiddeld grote stappen. Iedereen kan het leren, maar een goede lange duurconditie en doorzettingsvermogen zijn key ingredients om te zorgen dat er naast inspanning ook plek is voor genieten en plezier. De hoogte en je rugzak maken het extra pittig, maar een goede gids kiest een tempo waarbij je niet helemaal kapot gaat. De downhill kost namelijk minstens zoveel energie! Het skiën in poeder kun je alleen leren door het te doen, dus twijfel niet om te beginnen.


02 – De voorbereiding
Het organiseren van een tourski-trip kent een aantal verschillende aspecten waar goed over nagedacht moet worden: de groep, de datum, de gids en het gebied. Een groep van vijf á zes personen is ideaal voor het skitouren, voor de gezelligheid, maar zeker ook om kosten te kunnen delen. Met meer dan zes is het voor een gids vaak lastig om het overzicht te bewaren. De datum moet met de groep, maar ook met de gids afgestemd worden. Het tourskiseizoen loopt van februari tot begin mei. Veel gidsen zijn al snel volgeboekt, dus wacht niet te lang met contact opnemen en het regelen. Het MC2Alpin.at-team bestaat uit verschillende gidsen die je kan boeken voor een paar dagen, een week of langer. Het kiezen van het juiste gebied is afhankelijk van de specifieke wensen van de groep. Idealiter laat je het gebied afhangen van de sneeuw- en weercondities rondom het moment van vertrek. De Alpen zijn groot, dus als de weergoden een handje helpen, moet er altijd wel een gebied zijn waar verse sneeuw gevallen is. Wij raden aan de gids op zijn (of haar!) oordeel te vertrouwen. Zij zijn het hele seizoen in de bergen en weten vaak precies hoe de sneeuwcondities zijn.


03 – Safety first: wel of geen ABS-rugzak?
Ga je off-piste, dan spreekt het vanzelf dat je een lawinepieper, een schep en een sonde meeneemt en weet hoe je die spullen moet gebruiken. Voordat we de eerste tocht omhoog maken, wordt er eerst een lawinetraining gedaan. Naast deze standaard-gear is de ABS-rugzak een relatief nieuw maar razendpopulaire gadget. De ABS-rugzak werkt als een grote airbag. Door aan een hendel op de rugzakbanden te trekken kun je de grote luchtcompartimenten die in de rugzak zitten opblazen. Deze luchtcompartimenten zorgen ervoor dat je, wanneer je in een lawine terecht komt, boven aan het oppervlak blijft ‘drijven’. Hoewel een ABS-rugzak (vanaf € 750,- bij MK Skiservice) en de vergelijkbare BCArugzak (vanaf € 475,- via PowderHouse) niet goedkoop zijn, is het een investering die zeker het overwegen waard is.