De basishouding is – zoals de naam het al zegt – de basis voor stabiliteit onder alle omstandigheden. Maar toch zie je zelfs op een hoog niveau veel skiërs verschillen in hun houding. Freeriders staan vaak te veel naar achteren om hun ski’s niet in de poeder te laten happen. Skileraren staan vaak krampachtig in de goede houding, bang dat hun armen een centimeter naast de ideale houding staan. Freestylers doen vaak het tegenovergestelde: ‘Welke basishouding?’ Hoog tijd om in dit onderwerp te duiken. Moeten wij altijd in die ‘ongemakkelijke’ houding staan? En waarom moeten we eigenlijk überhaupt zo staan?

De houding
Een typische skileraar zal de basishouding als volgt uitleggen: de benen staan ongeveer op heupbreedte. De enkels, knieen en heup zijn gebogen, terwijl de schenen in de schoenen hangen. De armen staan opzij en naar voren op gelijke hoogte, terwijl de rug licht gebogen is.

Waarom?
Het principe achter de basishouding is stabiliteit. Dit begint bij de benen. Door voor in de schoenen te hangen, kan er druk worden gezet op de volledige ski. De bindingen van ski’s staan meestal achter het midden, dus om druk op de volledige ski te kunnen geven is het noodzakelijk om het totale gewicht recht boven de ski te houden. Door preventief te buigen kunnen zowel gaten als bobbels worden opgevangen: de benen kunnen immers beide kanten op compenseren.

Je ski’s op heupbreedte heeft verschillende voordelen. Ten eerste sta je breder dan de – vroeger zeer populaire – wedel-houding, wat er voor zorgt dat je stabieler bent. Net als bij het onderstel van een auto, zal je bij een breder onderstel minder snel omvallen. Ten tweede zorgt dit er voor dat je linker- en rechterbeen onafhankelijk kunnen bewegen. Een onverwachte heuvel hoeft dan niet het hele lichaam in onbalans te brengen, maar kan worden opgevangen door een been. Onafhankelijke vering als het ware.

De armen ‘moeten’ ver van de torso zijn om optimale stabiliteit te garanderen. Doordat de armen ver van het midden zijn uitgespreid, kan hiermee extra stabiliteit worden gegenereerd. Beide armen moeten ongeveer op dezelfde hoogte staan. Gebeurt dit niet, dan heb je kans dat de dalschouder (de schouder welke naar het dal wijst) te ver omhoog komt en alle druk op de bergski (de hoogste ski) komt te staan. Zelf merk ik dat wanneer de armen langs het bovenlichaam hangen, het bewegen van het bovenlichaam beperkt wordt. Hierdoor kunnen onregelmatigheden alleen met het onderlichaam worden opgevangen, terwijl ik soms op een ijzige plek alle zeilen – dus zowel het onder- als bovenlichaam – moet bijzetten om te blijven staan.

De professional
Stabiliteit is dus de belangrijkste reden voor een goede basishouding. Vooral voor beginners zorgt dit voor een snellere leercurve en voor minder valpartijen. Maar hoe zit dit nu naarmate je niveau beter wordt? Tijd om het een pro te vragen.

Timo Hermeler
Timo is een van de beste freeriders van ons land. Hij kan ons wel wat vertellen over debasishouding op hoog niveau.

Ski jij altijd in de basishouding?
‘Ik ski eigenlijk altijd wel in de basishouding. Hoewel dit niet altijd handig is in het park, zorgt dit wel voor stabiele bochten op de piste of in de poeder. Een goede houding geeft een betere balans. Zonder goede basishouding is het lastig om als skiër te groeien. Dit komt terug op elk niveau en elke discipline van het skiën. Het trainen van de basishouding is bij heel veel lesplannen anders omdat je de basishouding in een heel breed spectrum kunt trainen: er zijn basishoudings oefeningen voor beginners en voor skiërs op hoog niveau. Belangrijk is dat het een natuurlijke houding moet zijn, aangepast op snelheid, steilheid en soorten bochten. Je hebt dus een basishouding op elk niveau, die continu bijgeschaafd moet worden.”

Maar moeten die armen dan altijd zo onnatuurlijk hoog blijven?
‘Die armen zo raar omhoog is eigenlijk alleen in het begin, want iemand die geen goede balans op ski’s heeft zal dat als eerste met zijn armen compenseren. Na verloop van tijd zal dit steeds meer binnen in het lichaam gebeuren. Zolang de beginners maar hun handen niet achter hun lichaam hebben, zodat ze niet achterop hun ski’s staan. Uiteindelijk moet een goede skiër zijn eigen basishouding kunnen vinden in zijn eigen beweging. Het vinden van een juiste houding moet natuurlijk gaan en niet ‘gij zult zo moeten staan’ worden opgelegd. Je moet voorbereid zijn op wat komen gaat, en daarvoor is de basishouding wel geschikt. In het park merk ik echter dat het me belemmert: door de wijde armen ben je minder wendbaar om je lengte-as’

Wat is nou de meest voorkomende fout?
‘Dat de skiër op z’n kuiten leunt en dus achterop zijn schoenen zit bij het aanzetten van de bocht. Hierdoor draaien de ski’s niet goed en moet het bovenlichaam roteren om toch te kunnen sturen. Ook staan veel skiërs te rechtop met het bovenlichaam, waardoor ze geen contact hebben met de ski’s. Een meer atletische houding voelt stabieler en hierdoor kan de skiër beter anticiperen op verschillende pistes of sneeuwsoorten, maar ook kunnen foutjes beter worden gecorrigeerd.’