Het skigebied van Serfaus-Fiss-Ladis in het Oostenrijkse Tirol is geweldig voor families met kinderen, er zijn perfecte faciliteiten voor de kids en je vindt er veel blauwe pistes waar beginners zich veilig en vol zelfvertrouwen voelen. Klinkt dit als een freeridegebied? Mijn eerste antwoord zou ook ‘nee’ zijn. Toch heb ik afgelopen winter lesgegeven namens de skischool van Fiss-Ladis. De perfecte manier om te ontdekken of Serfaus-Fiss-Ladis echt geen freeridegebied is.

Woord & beeld: Tom van der Burg

Begin december hoor ik van een paar locals dat het al zes weken droog is, geen spatje regen, geen vlokje sneeuw. Ik denk meteen “Verkeerde keuze gemaakt om terug naar Europa te komen na een seizoen in Whistler met gegarandeerde heupdiepe poeder.” Gelukkig blijkt mijn keuze toch een goede geweest te zijn, want niet lang na dit gesprek begint het te sneeuwen zoals ik zelden heb gezien. Grote, dikke vlokken en lage temperaturen zorgen voor prachtige poedersneeuw dat het groen met bruine gebied omtovert tot een winterwonderland. Helaas is er nog geen goede base, maar dat weerhoudt ons er niet van om het lager gelegen terrein, dat vooral uit gras bestaat, alvast een beetje te verkennen. Het slechte nieuws is dat ik mijn poederbakken nog thuis heb staan en ik moet dan ook improviseren. Op een paar hele vette Atomic Bentchetlers, die ik van een collega – die helaas moet werken – heb geleend, gaat het los. Veertig tot zeventig centimeter aan verse poeder en niemand op de berg, kan het nog beter? Het duurt een afdaling voor ik me zeker voel op deze ski’s, maar dan merk ik hoe makkelijk het is om door de poeder te knallen op deze latten. De sneeuw is zo diep en ik raak bijna geen gras onder de sneeuw, het is zo diep dat ik niet eens door heb dat het pas december is.

Het terrein vlak naast mijn woning, ter beschikking gesteld door de skischool, is steil en is bezaaid met veel boomstronken en omgehakte bomen. En dat levert geweldige pillowlines op. Deze lijnen zijn eenvoudig te bereiken vanuit een gondel en ik schiet hier dan ook achter elkaar naar beneden, pillowlines in december in Serfaus, wie had dat gedacht? De winter 2011/2012 kan voor mij nu al niet meer stuk! En het wordt allemaal nog mooier. In de weken die volgen vormt zich een mooie onderlaag in het terrein en het blijft maar sneeuwen. Nog niet veel werk in de skischool, weinig mensen in het skigebied, een combinatie die bijna altijd resulteert in heel veel faceshots. Afgelopen winter in Whistler werd ik aanvankelijk redelijk op mijn plek wezen door de Canadezen die als idioten met snelheden dicht bij mach drie tussen de bomen door raasden. Dit jaar blijkt dat oefening toch wel eens kunst baart en ik voel me geheel op mijn gemak tussen de bomen in Tirol. Pillows, bomen, heupdiepe poeder, it’s all right up my alley!

Tijdens de kerstdrukte moet ik helaas wel wat werken in de skischool, maar de poedersessies aan het begin van de werkdag zijn legendarisch. Om kwart voor negen snel de gondel in, de ski’s aan, schaatsen naar de sleeplift en dan duizend hoogtemeters vol gas naar beneden. Soms tussen de lawinehekken door, soms door het bos en soms voor de verandering ook gewoon een prachtig open poederveld. In 2012 gaat het winterweer door, meters verse sneeuw en arctische kou blijven aan de orde. De laatste drie weken van januari zijn eigenlijk altijd de beste weken van het seizoen voor een skileraar, aangezien het de rustigste periode van het seizoen is. Er valt meer sneeuw dan ik in mijn leven in Oostenrijk heb gezien, perfect voor de skileraren die natuurlijk van poeder houden en die op dit moment toch zonder werk zitten. In de skischool worden trainingsdagen voor de skileraren zonder werk georganiseerd. De groepen worden ingedeeld op kwaliÿ catie en Gelände- ervaring. Al snel blijkt waarom. En ik ben blij met de groep waar ik ben ingedeeld, vanaf minuut één duiken we de poeder in. Zonder waarschuwing knallen we van de piste af en verdwijnen we in het witte geweld. Onze trainer annex gids kijkt niet om en lijkt te zweven door de superlichte poeder. Ik moet alle zeilen bijzetten om hem bij te houden. Hij geeft gas en zijn voorkeur lijkt te liggen bij reuzenslalombochten tussen de bomen door. Buckels, gaten en sprongen worden opgevangen alsof ze er niet zijn. De trainingsdag wordt al snel een trainingsweek vol poederafdalingen, cliffdrops en faceshots.

Na een sneeuwstorm van drie dagen en 120 centimeter verse sneeuw is het sneeuwdek zeer instabiel. De lawinecommissie heeft bepaald dat de ‘Gefahrenstufe’ waarde vier bedraagt. In andere woorden, lawinegevaar niveau vier en buiten de piste gaan is nu echt gevaarlijk! Tijdens mijn les krijg ik een telefoontje dat ik me zo snel mogelijk moet melden bij het dalstation van de gondel om te helpen zoeken naar slachtoffers bij een lawineongeluk. Er is een ski gevonden in de lawinekegel en nu wordt er met man en macht gezocht. Na ruim anderhalf uur zoeken hebben we niemand gevonden en kunnen we gelukkig uitsluiten dat er iemand onder de sneeuwravage ligt, maar toch zit de schrik er bij iedereen in. De directeur van de skischool waar ik werk heeft de leiding bij het zoeken. Nadat duidelijk wordt dat er niemand onder de lawine ligt besluit hij dat we met z’n allen door een prachtig stuk ‘Gelände’ naar beneden skiën. Een stuk dat volledig gecontroleerd is, toch wel erg belangrijk met het lawinegevaar in gedachte. Het sneeuwt nog steeds zo hard dat ik geen hand voor mijn goggle kan zien, het zicht is ongeveer vijf meter en het wordt al schemerig, maar we gaan er toch voor. Er ligt zeker honderd centimeter verse sneeuw en dankzij een aantal kleine boompjes en bosjes in het terrein kan ik toch nog iets van diepte zien. Ik besluit dicht bij de skischoolleider te blijven, ik vertrouw erop dat hij dit terrein met een blinddoek nog zou kunnen skiën, aangezien hij hier is opgegroeid. Nog voordat ik het besef is hij al aan zijn derde bocht bezig en hij verdwijnt langzaam uit mijn zicht. Ik duw mezelf het terrein in en probeer zo veel mogelijk snelheid te maken. De sneeuw raakt me in het gezicht en ik voel de gigantische hoeveelheden verse poeder tegen mijn benen en heupen aan knallen. Het enige wat ik denk is: “Gas geven, bochten maken en blijven ademen.” Dit is misschien wel een van de gaafste poederafdalingen die ik heb gemaakt.

Werk en perfecte skidagen wisselen elkaar af en voordat ik het besef is het alweer Pasen. Pasen betekent dat het seizoen bijna voorbij is. Winter 2011/2012 in Tirol was een winter zoals ik er graag meer van zou zien. Veel sneeuw en lage temperaturen – het grootste gedeelte van de winter tenminste – hebben ook dit seizoen in de bergen weer veranderd in een geweldige winterervaring met veel poederdagen, plezier met (nieuwe) vrienden en geweldige herinneringen. Serfaus, Fiss, Ladis een goed familiegebied? Ongetwijfeld, maar voor mij toch echt een poederparadijs! Waar zal ik volgend jaar eens heen gaan?