Net als vorig jaar lijkt het een goed plan voor de Belgische freestyleskiërs om de kater van nieuwjaar weg te spoelen met een trip naar de bergen. Echter is het concept dit jaar net even anders. In plaats van weken op voorhand een gebied uit te kiezen met een vet snowpark, wachten ze dit jaar tot de laatste dag met het beslissen van hun bestemming. Het grootste doel dit jaar: POW!

Woord en beeld: Jeroen Simoens

Op 1 januari vertrekken de broers Niki en Jorg Leemans, Michiel Neyens, Rembert Notten en cameraman David De Wagter richting bergen. Aangezien last-minute verlof moeilijk te regelen valt bij de doorsnee werkende mens, zoals mezelf, moet ik dit jaar helaas afhaken. In Chamonix ligt de meeste sneeuw en de bestemming is dan ook snel gekozen. Een hele nacht rijden ze door de  regen, maar naarmate ze de bestemming naderen, verandert de regen in sneeuw. Eén nadeel van zo laat een bestemming kiezen is dat het hotelaanbod eerder beperkt is. Zo komen de heren terecht in ‘Gîte Le Belvedere’. Hoe mooi het ook klinkt, deze gîte is niet opgewassen tegen de weersomstandigheden. De sneeuw ligt opgestapeld tegen het (enkele) glas van de vensters en het water loopt gewoon naar binnen. Ook is er een schrijnend tekort aan oppervlakte voor de mannen én hun materiaal. Na twee dagen vluchten ze dan ook naar een écht hotel ‘with a view’.

Lang kan er niet van het uitzicht genoten worden. Eens geïnstalleerd, begint het non-stop te sneeuwen. In een paar uur tijd verandert het volledige uitzicht in één witte muur. Het dorp wordt dan ook meteen afgesloten van de buitenwereld wegens lawinegevaar. De voorspellingen voor de dagen erna zien er beter uit en tegen het weekend is er mooi weer voorspeld. Als Niki me woensdagavond belt om te zeggen dat hij nog nooit zoveel poeder heeft gezien, kan ik mijn nieuwsgierigheid toch niet bedwingen. Na de sneeuw gecheckt te hebben op het internet (370 centimeter!), staat het besluit vast. Samen met mijn vriendin en een hoopje collega’s (lees: wintersporttoeristen) vertrekken we donderdagavond na het werk toch voor een shortski.

Aangezien de korte weg via Zwitserland nog steeds afgesloten is, moeten we de lange Route Du Soleil nemen. Toch kunnen we dankzij een sneeuwvrije baan (van Leuven tót in hartje Chamonix) om half acht ‘s ochtends ter plaatse arriveren. Terwijl we het stevige ontbijt van onze vrienden opeten, zitten we met gekruiste vingers. Het is namelijk alles behalve zeker dat de liften zullen openen, want wegens het slechte weer zijn de pistes al twee dagen dicht. Het lijkt ons een goed idee om eerst te gaan polsen bij de pistedienst of het gebied wel zal opengaan. We krijgen een vaag antwoord dat eerder tegen ‘oui’ dan ‘non’ aanleunt. Het is genoeg voor ons om meteen om te kleden, de kans op een eerste streep door de poeder willen wij niet te missen. En dan volgt de klassieke checklist: het nodige skimateriaal, fotorugzak volledig mét extra batterijen, lawinepiepers, eten en drinken? “Ja? Oke, ik ben volledig klaar voor de verse poeder!” Met vers bedoel ik dan ook verrrrs. Een laatste check op het infobord aan de lift vertelt ons dat er die nacht zeventig centimeter sneeuw is gevallen en dat de totale hoogte van de sneeuw nu vierhonderd centimeter bedraagt!

Om elf uur is het dan zo ver: de eerste lift gaat open en een hele massa enthousiaste skiërs en snowboarders begint te duwen en te wringen om zo snel mogelijk boven te zijn. Een paar rijen voor mij is het de beurt aan twee skiërs om de lift te nemen. Duidelijk gehaast vergeet één van de twee mannen zijn rugzak uit te doen en gaat naast de stoel zitten. De liftbestuurders hebben het niet meteen door en de lift blijft draaien. Tot overmaat van ramp haakt die man zijn rugzak nog vast aan de voetsteunen van de lift en gaat hij zonder pardon met stoeltjes mee de lucht in, weliswaar onder de stoeltjes in de plaats van er op. Een tiental meter verder wordt dan uiteindelijk de lift gestopt en hangt de man hulpeloos te bengelen voor de ogen van een grote massa aanschuivende skiërs. Normaal zou dit een gevaarlijke situatie zijn, maar dankzij de vier meter verse sneeuw kan de man zich gewoon laten vallen. Al moeten ze hem daarna wel uitgraven.

Wanneer we eindelijk boven op de berg arriveren, besluiten we dat we geen tijd kunnen verliezen met foto’s nemen. De maagdelijke witte vlakte zal immers snel veranderen in een doorstreept landschap. We knallen met de hele groep een paar valleien door. Af en toe kom je de topjes van een boom tegen, wat wil zeggen dat er echt wel een heel dik pak sneeuw ligt. Wanneer we ons volledig hebben laten gaan op de poederweide en we met volle teugen hebben kunnen genieten van het freeriden, stel ik voor om toch nog even wat foto’s te nemen. We zoeken een mooi stukje open vlakte op en spreken beneden af. Één voor één knallen de jongens naar beneden in een poging om de grootste poederwolken te toveren. Een paar rondjes later is het helaas alweer tijd om terug te keren. Moe maar voldaan zoek ik mijn vriendin en collega’s op in een cafeetje.

Een weekend is veel te kort, zeker als je met Niki en kompanen op stap gaat. Terwijl ik een tête-à-tête heb met mijn vriendin, zijn Niki, Jorg, Michiel en Rembert reeds een plan aan het smeden om mij die avond uit mijn bed te houden. Er loopt namelijk een rivier door het dorp, waar ze denken over te springen. Wanneer we klaar zijn met eten zie ik dat ze vastberaden zijn hun idee te doen slagen. Om snelheid te krijgen hangen ze achter een auto met Jorg als chauffeur. Tijd voor een nightshoot. Niki springt vlotjes een 360 over de rivier, gevolgd door een frontflip van Michiel. Ondertussen ben ik circa veertig uur wakker en besluit ik dan ook na het vastleggen van een paar vette plaatjes dat het wel genoeg is geweest en zoek ik mijn bed op. Morgen is er opnieuw een (lange) dag gevuld met verse poeder dat op ons wacht.

Zaterdag blijkt er een extra lift open te zijn zodat we kunnen afdalen door het bos. Dit bos is en blijft de beste en leukste keuze voor de dag. De beste omdat de kans-op-lawine-graad verhoogd wordt naar vijf (het maximum) maar dat de bomen ons hier kunnen beschermen. Het leukste omdat je hier overal cliffs en bulten van alle formaten tegenkomt. Geen enkele cliff, ongeacht zijn grootte, blijft gespaard. Rembert en Michiel springen de grootste, wat neerkomt op een dikke acht meter hoge cliff. Daarna hebben Niki en Rembert het weer op de fotograaf gemunt: ze sprayen mij en mijn materiaal onder, maar gelukkig is alles (redelijk) waterdicht en is er geen schade. Jorg had blijkbaar een aantal jaar geleden bovenaan een jump in de backcountry staan twijfelen om een backflip te proberen. Hij was er toen onderuit gekomen door te zeggen: “Als er ooit eens echt veel poeder ligt, dàn doe ik een backflip.” Jammer voor hem maar super voor ons had zijn broer Niki dit nog onthouden. Ontkennen dat er nu niet voldoende poeder ligt, is simpelweg niet mogelijk. Nadat we een mooi bultje met een open vlakte als landing hebben gevonden, kan Jorg dan ook niet anders dan een backflip inzetten. Met stijl maakt hij dit af, hij rijdt zijn eerste backflip uit (met zijn ogen dicht) alsof hij dit regelmatig doet. Niki, die na Jorg gaat en toch wel wat ervaring heeft met backflips, eindigt echter in zijn eerste echte tomahawk. We kunnen het volgen tot zijn vierde tuimeling, daarna gaat het wat snel om te tellen hoeveel keer hij over de kop gaat… maar hij blijft ongedeerd.

Dit lijkt ons wel een mooie afsluiter van een kort maar krachtig weekendje in de sneeuw en we besluiten om zondagmiddag huiswaarts te keren. Met een stevige tartiflette in ons systeem beginnen we aan een lange nacht naar huis. Nog geen tien uur na aankomst zit ik met dezelfde collega’s weer aan ons werkeiland, met een uitzicht op een grijs industrieterrein in plaats van een besneeuwd berglandschap. Telkens als ik gelach hoor aan de andere kant van het bureau, weet ik dat zij het ook weer even niet kunnen laten om de foto van de skiër, spartelend aan de skilift, te bekijken en terug te denken aan het geweldige weekend dat achter ons ligt.