“Geen probleem, geen probleem! Dit is mijn vriendin”, roept onze chauffeur, Bashir met een grijns terwijl hij nogmaals op de toeter druk en zich klaar maakt om een kleurig versierde Kasjmir bus in te halen. Het feit dat zijn vierwielaangedreven ‘vriendin’ inmiddels haar beste jaren heeft gehad of nu recht op een bus aan de andere kant van de weg af rijdt, lijkt hem alles behalve nerveus te maken. “She’s a good girlfriend”, zegt Bashir terwijl hij lachend en liefdevol over het stuur aait om vervolgens net op tijd weer onze eigen baan op de rijden.

Woord: Eva Walkner  Beeld: Yves Garneau

Dit voorval is het bewijs dat reizen hier in de Hoge Himalaya vanaf moment één net dat beetje extra avontuur in zich heeft. Het is begin februari en ik ben samen met Katharina Schuler uit St. Anton am Arlberg, Yves Garneau en Marcel Karp (de mannen voor film en foto) onderweg naar één van de mooiste freeridelocaties ter wereld: Gulmarg. Precies in het midden van de Pir Panjal, de bergrug die de zuidwestelijke rand van de Kasjmir-vallei vormt. Twee uur rijden ten westen van het dichtstbijzijnde dorp Srinagar. Terwijl hij nog een laatste keer volgas op de toeter drukt en het laatste stuk naar ons verblijf racet, verteld Bashir dat de naam Gulmarg staat voor ‘Het pad der Rozen’.

Gulmarg ligt op 2700 meter en bestaat uit niet meer dan enkele kleine hotels en winkels. Accommodatie in dit kleine dorp is alleen beschikbaar voor een handjevol toeristen en mensen die in de toeristenindustrie werken. De reden dat skiërs overwegen om deze tijd van het jaar af te reizen naar deze afgelegen plek is het gevolg van één enkele infrastructurele machine: de hoogste kabelbaan ter wereld. Hoewel de cabines enigszins lijken op ‘bug-eyed capsules’ met een jaren zeventig artdesign, zal deze kabelbaan ons gedurende de komende dagen redden. De eerste rit naar boven gaat niet zonder een schietgebedje, samengepropt omhoog naar ruim 4000 meter. Maar aan de andere kant, waarom zou dit transportmiddel minder hartkloppingen veroorzaken en meer gevaar met zich meebrengen dan een rit in Bashirs auto?

Onbeduidend
Boven aangekomen slaat de ijle lucht er toch wat harder in dan verwacht. Je vier kilometer boven zeeniveau bevinden heeft z’n weerslag en iedere stap kost dubbel zoveel moeite. Moeite die je volledig vergeet zodra je even stil staat, om je heen kijkt en het winterse paradijs op je in laat werken. We staan boven op Mount Apharwat, met 4200 meter het hoogste puntje van de Pir Panjal bergrug en we kijken uit over het prachtige gebied Nanja Parbat. Niet zo raar dat ik alleen maar lachende gezichten zie als ik om mij heen naar mijn reisgenoten kijk. Ik ben nog nooit in het Himalaya-gebergte geweest en ik heb me nog nooit zo nederig en onbeduidend in deze wereld gevoeld als op dit moment, hier tussen deze echte reuzen.

Onaangeraakt
Het is tijd voor onze eerste afdaling en wel richting Drang. We kiezen vanaf een plateau één van de vele, onaangeraakte afdalingen. Het tweede gedeelte van de afdaling bestaat uit 2000 meter naar beneden, naar het dorpje Tangmarg. We zien de beste kwaliteit Kasjmir poedersneeuw die je je maar kan wensen. Volledig onaangeraakt ligt het in de zon te glinsteren, hoe geweldig is dit! We komen uit tussen de beroemde ‘paper trees’ voor de perfecte ‘treerun’. We staan versteld van de hoeveelheid onverspoord terrein dat hier enkele dagen na de laatste sneeuwval nog steeds te vinden is. Zelfs het laatste stuk van de afdaling vlakbij het dorp is nog grotendeels bedekt in ‘virgin powder’. Het moet welhaast freeriders paradise zijn. Rijk en arm. Na bochten door perfecte, diepe, glinsterende poeder voelen we ons de koning te rijk als we uitkomen bij een klein dorpje net voor Tangmarg. Wat we hier tegenkomen voelt als een enorme domper. Ongelofelijke armoede, kinderen met schoenen en kleding vol gaten. In gebrekkig Engels vertellen ze dat ze graag naar school zouden willen gaan maar dat het simpelweg niet kan. In hevige sneeuw gaan vrouwen in zomerse sandalen of zelfs blootsvoets naar hun werk.

Huizen zijn niet meer dan vervallen hutten, vaak zonder verwarming en overvol. Ondanks de hartverscheurende armoede is iedereen niets dan vriendelijk. De kinderen lachen en schreeuwen van plezier als ze ons op onze ski’s duwen en zich vastgrijpen aan onze rugzakken. Deze kinderen lijken zo gelukkig zonder computergames, merkkleding, hun eigen skispullen of zelfs maar normale, warme kleding. Als we onze rugzakken openen en er komt chocolade tevoorschijn, laten de kinderen zich ineens van een andere kant zien. Sommigen nemen de chocolade met een timide blik in de ogen aan, andere kinderen hebben een techniek ontwikkeld om om te gaan met skitoeristen, met het doel ze zoveel mogelijk te ontfutselen. De Engelse zinnen “Hello chocolate please!” en “Hello, tip! Hello, tip please!” rollen ineens van hun tong. Wanneer sommige kinderen proberen langs ons heen te sneaken en zelf chocolade uit de rugzakken te pakken, kan ik het niet helpen een beetje boos te worden. Het zijn altijd dezelfde, vroeg volwassen kinderen, de leiders van de dorpsbende die het verpesten voor de kleintjes. Tegelijk realiseer ik me dat wij, de skitoeristen, de oorzaak zijn van hun gedrag. Dit dorp is het ultieme voorbeeld van een plek waar twee werelden met elkaar botsen. Kinderen die de smaak van een reep chocolade nauwelijks of niet kennen, laat staan dat ze naar school kunnen, komen in aanraking met rijke skitoeristen uit het Westen die hetzelfde bedrag voor één nacht in een hotel betalen als dat de lokale ober per maand verdient. Ondanks dit gegeven verbiedt onze gids Chris het ons om de kinderen geld te geven. Chocolade mag zoveel als we willen, maar geen roebels.

Tijd en geduld
Diep in gedachten over wat we hebben gezien en meegemaakt, vervolgen we onze reis met een dertig minuten durende wandeltocht terug naar Gulmarg. Het zijn niet alleen de verkeersregels die hier anders zijn, het is alles. Wie hier heen komt, denkende een tijdschema te kunnen volgen komt er al snel achter dat zaken hier meer tijd en geduld vereisen. Maar wanneer je een film wilt produceren, is geduld niet altijd een deugd die aanwezig is. We worden echter gedwongen te leren ons hoofd koel te houden en niet in de stress te schieten wanneer het programma in de war wordt gegooid. Het is de enige manier om in Kasjmir te functioneren. De ene dag opent de lift om negen uur, de volgende dag om tien uur, om de dag daarna helemaal niet open te gaan. Vandaag draaien de onderste gondels wel. De bovenste, degenen die de makkelijkste toegang bieden tot prachtige poederafdalingen, blijven gesloten. Verse sneeuw en een gigantische vier op de lawineschaal zorgen er voor dat, zeker in de Hoge Himalaya, Moeder Natuur met uiterste respect behandeld wordt. So be it. Ondanks dat de liften gesloten zijn maken we het beste van de situatie en onze gids Chris laat ons een afdaling tussen de bomen zien. Van Gulmarg loopt de afdaling door het bos naar een afgelegen moskee genaamd Baba Reshi. Maar eerst komen we Arif Khan tegen, één van India’s topskiërs. Hij is aan het trainen voor de Olympische Spelen en is bloedserieus wat betreft zijn doel: een plaats op het podium. Niet bepaald een makkelijk doel, in gedachten houdende dat India ongeveer het tegenovergestelde is van een skitrainingscentrum. Qua trainingsmogelijkheden hoeft Arif niets van zijn land te verwachten. Ondanks dat hij een plek heeft veroverd in het wereldbekercircuit, heeft Arif geen toestemming naar Garmisch-Partenkirchen te reizen. Wanneer Arif ons meeneemt buiten de pistes en zijn geheimen plekken laat zien, realiseren we ons al snel dat hij naast skiracen veel meer in huis heeft en hij knalt dan ook voor ons uit.

Veilig
Aan het einde van een geweldige dag door de poeder knallen worden we voorgesteld aan Arifs vader. Yassin Khan is eigenaar van een skiwinkel in Gulmarg. Terwijl hij trots vertelt dat hij dé man is voor saffraan en tapijten van de beste kwaliteit, laat hij ons een Kasjmir-stijl skiservice aan ons zien. Met een sigaret in één hand en een fender-file in de andere, vijlt hij de staalkant weg van een tien jaar oude alpineski. “Ik verwacht de levering van een paar splinternieuwe carveski’s”, zegt hij trots. We zitten, kijken en luisteren aandachtig naar hem. “Weet je, iedereen gelooft dat het gevaarlijk is waar we zijn. Dat terroristen overal zijn, Al Qaeda, de Taliban. Maar we leven hier in het paradijs. Kijk om je heen. Het is zo vredig, prachtig en volledig veilig, veiliger dan waar dan ook ter wereld.” Hij valt voor een seconde stil, de vijl glijdt van de staalkant voor de derde keer op de grond. Dan valt zijn sigaret op de ongewaxte, vervaagde en bekraste base. Yassin lacht en veegt de as van de ski. “Zo, klaar. Perfect voor de volgende klant om te huren.” Een enigszins ongebruikelijke skiservice, maar zeker interessant en vermakelijk.

Soldaten
Yassin Khan heeft gelijk. Gulmarg geeft de indruk dat je volledig veilig bent, ondanks of misschien wel als gevolg van de aanwezigheid van vele soldaten die patrouilleren rond de lift, door de straten en het berggebied er omheen. Eén van onze eerste lange afdalingen naar Tangmarg eindigt diep in de vallei bij een afgelegen militaire post. Enigszins onzeker benaderen we het kleine dorp van hutten omgeven door prikkeldraad. We zien gehavende hutten, containers die verstopt zijn in de sneeuw, uitgehongerde zwerfhonden en enkele gewapende soldaten. Ze zien er verveeld maar ook redelijk angstaanjagend uit. We zitten hier tenslotte in de middle of nowhere, in een geïsoleerde vallei tien kilometer van de ‘Line of Control’, de militaire scheiding tussen India en Pakistan. Wanneer we weer willen vertrekken komt één van de soldaten op ons af. Het voelt raar. Ondanks dat hij geen Engels spreekt, beginnen we te praten. Hij heeft een vriendelijke lach, biedt ons beleefd thee aan en lacht om onze brede ski’s en kleurrijke kleding. Hij lijkt van ons bezoek te genieten en het te ervaren als een welkome afwisseling op zijn eindeloze dagen zonder activiteit op deze afgelegen plek.

Diepste poeder
De volgende dag wordt de Main Bowl afgeschoten door de lawinecommissie als gevolg van de zware sneeuwval en wij zijn de eersten die weer op de berg worden toegelaten! Wat een dag, verse poeder van begin tot eind! We zijn overweldigd en verwend door de grote keuze aan afdalingen. Maar in tegenstelling tot skiën in bijvoorbeeld Amerika is er hier in Gulmarg geen reden om in de stres te schieten. Onverspoord terrein is hier ook enkele dagen na de laatste sneeuwval nog makkelijk te vinden. Terwijl fotograaf Yves en ook Katharina terug naar beneden moeten als gevolg van een diarreevirus, knallen Justin en ik door naar de pipeline-tube. De avond ervoor vertelde Yves dat hij op deze afdaling oog in oog met een sneeuwluipaard kwam te staan. De gedachte schiet door mijn hoofd dat ik misschien ook beter terug naar het dorp had kunnen gaan. Maar Justin, die jaren als gids heeft gewerkt, ook voor de lawinecommissie, en ik kunnen niet meer terug want er wacht een couloir van 40 tot 45 graden op ons. We klimmen ongeveer twee uur omhoog op Mount Apharwat en daarna naar beneden naar het begin van de afdaling. Een kleine afdaling in werkelijkheid maar door de ijle lucht op 4200 meter een echte test voor onze fitheid. De beloning komt echter, en hoe! Een afdaling die de adrenaline door je aderen doet stromen terwijl je door de diepste poeder naar beneden knalt. Ondanks dat we uitkomen in dikke mist weet Justin ons blindelings en zonder problemen terug te leiden naar de vallei.

Baksteen
Ik check hoe het gaat met Katharina, die nu al vijf dagen in bed ligt. Justin denkt dat iedereen vroeg of laat ten prooi valt aan het virus, er is geen ontkomen aan. Ik ben blij dat het lokale diareeprobleem blijkbaar heeft besloten mij nog even met rust te laten. Katharina moet echter vechten om bij te blijven en we realiseren dat de medicijnen van de lokale dokter niet helpen. Tijd om een andere dokter te bellen. De diagnose en behandeling van deze dokter is trouw aan de lokale traditie, primitief maar toch pragmatisch. Hij slaat een spijker met een baksteen in de muur, hangt er een zak met volstoffen en medicijnen aan en prikt een naald in Katharina’s arm. Twee dagen later, vijf kilo lichter en na bijna een week in bed, is ze weer volledig hersteld, net op tijd voor de reis naar huis. De laatste dag worden we weer verwend met prachtig weer, verse sneeuw en maagdelijke poederafdalingen. In het ochtendlicht kijken we nog één keer met een traan in onze ogen naar deze prachtige berg en plek. Tijd om naar huis te gaan en gedag te zeggen tegen één van de mooiste plekken ter wereld. We weten één ding zeker, we komen terug!