Nieuw-Zeeland spreekt voor velen tot de verbeelding, een land ver weg aan de andere kant van de wereld. Dankzij de hedendaagse vluchtverbindingen is een bezoek aan dit land echter een stuk dichterbij gekomen. Helaas zijn de tickets nog steeds een bankrekeningcrasher en een reis hierheen is er dan ook eentje waar je de tijd voor moet nemen. Niet alleen vanwege deze financiële factor maar vooral omdat het simpelweg een te prachtig land is om even in twee weken door te racen.

Woord & beeld: Ananda van Welij & Tom van der Berg

Als echte sneeuwverslaafde stap ik, Ananda, eind juni, terwijl iedereen in Nederland op zijn slippers loopt en naar het strand gaat, in het vliegtuig. Een reis van uiteindelijk drie dagen als gevolg van de aswolk uit Chili, brengt mij naar Queenstown. De ruiten van de auto krabben is het eerste wat er moet gebeuren na aankomst, om vervolgens nog een klein uurtje de Crown Range over te rijden naar Wanaka, waar ik de komende drie maanden zal verblijven.

Vanuit Wanaka kan je gemakkelijk naar de gebieden Cardrona, SnowPark NZ en Tremble Cone. Ondanks dat de Alpen hier eindeloze mogelijkheden bieden – mogelijkheden die in Europa al geëxploiteerd zouden zijn – is Cardrona met acht liften het grootste gebied. Het voordeel is hier wel weer dat er heli-ski mogelijkheden zijn voor alle niveaus zijn. En vergeleken met Europa erg goedkoop.

Als parkverslaafde breng ik het grootste deel van mijn tijd door in SnowPark NZ. Een gebied dat in vergelijking met Europese gebieden erg vooruitstrevend is: het is bijna volledig park. Al snel leer ik mensen kennen en dankzij de 100% Pure New Zealand Winter Games, de Burton Open en Freeski NZ Open is het park afgeladen met een leuke internationale mix van beginnende en top niveau rijders. Afgaande op de verhalen van mensen die ik tegenkom, heb ik dit jaar geluk met het weer. Sneeuwstormen van een paar dagen met gesloten liften worden steeds afgewisseld met een week of meer van kou en bluebird luchten. Een ritme van vroeg opstaan, de berg op, sportschool, eten, af en toe een drankje doen en slapen neemt de overhand.

Nieuw-Zeeland staat naast sneeuw misschien nog wel meer bekend om de prachtige natuur. Tijdens een week vol sneeuw en gesloten liften besluiten we dan ook met een groep op onderzoek uit te gaan. Twee auto’s vol stuiterende skiërs, knallende muziek en het nodige reisvoer, vertrekken richting Dunedin, aan de kust. Alleen al de reis zelf is prachtig, steile bergen gaan over in weidse vlaktes en weer in glooiende heuvels die samen met de stijgende temperatuur doen denken aan Frankrijk in de zomer.

Aangekomen in Dunedin vinden we een klein restaurantje aan het meer, waar we de zon op ons in laten werken en voor het eerst zonder trui buiten zitten. De tegenstelling met de bergen waar we ons een paar uur geleden nog bevonden kan niet groter zijn. We vervolgen onze trip naar het strand. Steile duinen leiden naar een prachtig strand waar de zeeleeuwen in het zonnetje liggen te slapen.

Wanneer de zon onder gaat verschuilen we ons in een speciale hideout. Vanuit hier kunnen we namelijk de pinguïns die dit strand als vaste plek hebben het strand op zien komen, maar zodra de beestjes mensen zien komen ze het water niet uit. We hebben geluk en zien al snel de eerste het strand op waggelen. Na een uur zijn de meeste weer het water in en zijn wij toch aardig verkleumd. Tijd om terug te gaan naar onze bergen.

Naast de normale skigebieden en de prachtige natuur, zijn de zogenaamde ‘clubfields’ een ervaring op zich. Een gedeelte van Nieuw Zeeland waar Tom van de Berg op onderzoek uit is geweest en het woord hier over neemt. De meeste clubfields bevinden zich in en rondom Arthurs Pass op het Zuidereiland. Craigieburn, Broken River en Mount Olympus zijn een aantal van de bekendste clubfields op het Zuidereiland en bieden een van de puurste mountain and skiing ervaringen op het zuidelijk halfrond. Meestal hebben deze clubfields alleen een kleine lodge (vaak niet meer dan een houten hut) en een aantal zeer eenvoudige liften met een ‘rope-tow’ en ‘nut-cracker’ systeem. Geen zespersoons Doppelmayr-stoeltjesliften, maar een oude tractormotor, kabels, pulleys en een klimharnas met een nutcracker (een groot uitgevallen notenkraker) brengen je hier naar de top van deze geweldige bergen. Geprepareerde pistes kennen ze in deze gebieden ook niet, dus soms ski je poeder, soms crud en soms ijs. Zoals ik al eerder vermeldde, skiën in de puurste vorm!

Afgelopen winter ben ik een paar dagen op Mount Olympus gaan skiën en zoals verwacht, het was geweldig! Een twaalf kilometer lange gravelweg met veehekken die je constant zelf open en dicht moet doen brengt je naar de toegangsweg die je eigenlijk niet echt een weg kunt noemen. Rotsen, riviertjes en oude bruggen op een steile rotswand en dan ineens een parkeerplaats met plaats voor maximaal 25 auto’s.

De lodge waar je ook kunt overnachten is alleen bereikbaar via de toegangs-rope-tow lift. Alle spullen voor de overnachting in een rugzak en de eerste lift brengt je zo’n 400 meter hoger naar de lodge. Eenmaal aangekomen blijkt de lodge eigenlijk helemaal niet zo basic. Internet, koud bier, een jacuzzi en geweldig eten maken ons verblijf op Mount Olympus zeer aangenaam. Vanaf de lodge zijn er nog drie rope-tows die je verder de berg op brengen. Het skibare terrein is geweldig, steile couloirs en rotsachtige afdalingen met prachtige springsnow. Wij hebben geluk met de sneeuwcondities, zo vertelt een van patrollers ons. Als de zon verdwijnt en er is geen verse sneeuw dan kan het zeer ijzig zijn op Mount Olympus.

Nadat we onze spullen in de lodge hebben geïnstalleerd gaan we op verkenning, ik ben benieuwd wat voor geweldig terrein Mount Olympus heeft. We nemen de twee rope-tows naar de top van de berg en beginnen met een lange traverse richting een afdaling die al genoeg zon heeft gehad vandaag. Hopelijk is de sneeuw al genoeg gesmolten en kunnen we een aantal mooie lijnen skiën.De sneeuw blijkt geweldig te zijn en we skiën vier of vijf varianten op deze face. De rope-tow liften vergen veel energie, omdat er geen moment is dat je even kunt zitten en kunt rusten, zoals je normaal in de gondel of stoeltjeslift doet. r is geen verse sneeuw dan kan het zeer ijzig zijn op Mount Olympus. Na twee uur non-stop skiën stoppen we voor lunch op het prachtige balkon van de lodge, met een van de beste uitzichten die een skiër zich kan wensen. Na de lunch volgen we de zon en vinden we nog meer geweldige springsnow.
We skiën totdat ons benen niet meer kunnen, om half vijf besluiten we dat het genoeg is. We skiën terug naar de lodge, het is jacuzzi-tijd. Een paar biertjes, een jacuzzi op 1900 meter hoogte en een prachtig uitzicht, het is een geweldige afsluiting van deze prachtige dag.