“I forgot you worked here” zegt Jack, onze klusjesman tegen een vriend, die hierop lachend antwoordt: “I try not to use that four letter word.” Deze ongedwongen houding illustreert precies de relaxte mentaliteit die in Nelson heerst, een schattig hippiestadje met gekleurde Victoriaanse huizen gelegen in het Canadese Kootenaygebergte.

Tekst: Julie Nieuwenhuys, Beeld: Caroline van ‘t Hoff

Vorig jaar bezochten Caroline en ik Nelson al en we werden spontaan verliefd op dit bijzondere dorpje, waar vele kunstenaars, yogi’s en natuurlijk poederjunkies wonen. Wij voelden ons direct thuis tussen de kleurrijke inwoners, die er eigenaardige baantjes op nahouden, zoals bomen planten, of op grotere schaal wiet verbouwen, om in de winter fulltime te kunnen skiën. De combinatie van prachtige natuur en bergen poeder, gemiddeld twaalf meter per jaar, in zo’n gezellig en creatief stadje, maakt Nelson voor ons de perfecte uitvalsbasis. Op toerski’s verkennen we de omliggende Canadese backcountry en skiën we ondanks de magere sneeuwval bijna dagelijks poeder.

spray

‘Pure, Simple & Real… DEEP’ Het lijkt wel alsof de tijd hier dertig jaar heeft stilgestaan wanneer we begin februari uit één van de drie ouderwetse, krakkemikkige, tweedehands stoeltjesliften stappen in Whitewater, het authentieke skigebied op twintig minuten rijden van Nelson. Even later hoor ik iemand enthousiast “Go Dutch girls” vanuit de stoeltjeslift schreeuwen als ik net iets te hard langs een gigantische, witte spar suis. Door mijn hoge snelheid lijkt het alsof ik vlieg en de sneeuw stuift in mijn gezicht. Gedurende deze afdaling lijkt alles te lukken. Dit is de perfecte poederrun, hét moment waar ik ’s zomers continu over dagdroom. De sneeuw is zo licht dat mijn spray een paar seconden als een rookwolk in de lucht blijft hangen, iets wat hier cold smoke genoemd wordt. De opwinding is tijdens een poederdag als vandaag duidelijk voelbaar onder de skiërs. Ik hoor mensen luid lachen en zie ze stralen, terwijl tussen de bomen vrolijke kreten klinken. In dit kleine resort is slechts één restaurant, een knusse en eenvoudige houten ‘day lodge’ waar jong en oud mixt. Zo ontmoeten we na een paar weken Nick Waggoner, één van de filmmakers van Sweetgrass Productions. Hun originele, kunstzinnige stijl past perfect in het onconventionele Nelson, dat als decor dient voor hun nieuwste skifilm Valhalla en Nick nodigt ons spontaan uit voor een barbecue in de bossen van Whitewater later die avond.

Nietsvermoedend verzamelen we ‘s middags bij het Sweetgrass-huis. Daar worden we gevraagd een bohemien jaren zestig outfit uit de verkleedkist te graaien. We rijden in het donker naar WH2O, waar de psychedelische muziek van The Doors al luid door het bos schalt. Zonder het te weten, zijn we op de filmset van Valhalla beland. We worden samen met een stuk of dertig andere ‘bohemians’ gevraagd om uitbundig bij het vonkende kampvuur te dansen. Dat is precies waar we zin in hebben en naarmate de avond vordert, wordt het feest steeds wilder. Kledingstukken worden uitgetrokken en uitdagend danst een vuurdanseres met een brandende hoepel. Zelden ben ik op zo’n bizar feest geweest en gedurende het seizoen merken we dat het nachtleven in Nelson net zo onconventioneel en verrassend als haar inwoners blijkt te zijn.

bar

De bingoavonden in Mike’s Pub zijn hier een voorbeeld van, zorg ervoor dat je niet teveel drinkt, aangezien je bij foutief bingo op het podium een pornografische tekst moet voordragen. Pas ook op voor de zogenaamde ‘Scooby Snacks’, een biologisch stimulerend middel waar paddo’s in zitten. Volgens de locals is dit middel zeer verantwoord aangezien er ook ginseng en goji-bessen inzitten. Lachend slaan we het ‘organic’ aanbod af, wij prefereren toch echt de natural high van een faceshot!

Earn your turns

Op een paar uur rijden van Nelson liggen meer dan vijftig ski- operaties, waaronder acht resorts, tientallen heli- en catski-maatschappijen en backcountry lodges. Dat komt goed uit, aangezien we deze winter zoveel mogelijk willen toeren en in afgelegen backcountry lodges willen verblijven. Dit zijn rustieke berghutten die zo ver van de bewoonde wereld liggen, dat ze alleen per helikopter bereikbaar zijn. Het is misschien merkwaardig om zelf naar boven te lopen in plaats van de helikopter te gebruiken, maar toeren geeft rust en is een manier om de natuur nog intenser te beleven en bovendien smaakt de welverdiende afdaling altijd net iets beter.

kenteken

De rustieke, comfortabele hut Mount Carlyle ligt op 2190 meter omgeven door uitgestrekte valleien met ijsblauwe gletsjers en imposante pieken, in het hart van het Selkirkgebergte. Samen met Brian, de bebaarde eigenaar met grote pretogen, toeren we half april op een relaxt tempo tussen de lariksbomen en skiën we diepe poeder bij oude mijnschachten. Deze eeuwige skibum woonde eind jaren zeventig een seizoen lang in een oude bus op de parkeerplaats van Red Mountain. Inmiddels, 35 jaar later, verheugt hij zich nog steeds op de volgende skidag en zijn jeugdige enthousiasme is aanstekelijk. Onder het genot van een biertje en een simpele pasta luisteren we ‘s avonds in de hut geboeid naar zijn onuitputtelijke skiverhalen en dromen we vast over de afdalingen van morgen. In tegenstelling tot veel backcountry lodges, kun je bij Mt. Carlyle ervoor kiezen of je zelf je eten meeneemt en kookt of dat je een kok en/of gids huurt.

Net buiten Revelstoke ligt op 1946 meter een andere backcountry lodge, het Durrand Glacier chalet, gebouwd door de legendarische Zwitserse berggids Ruedi Beglinger. Wij waren een week te gast bij Selkirk Mountain Experience (SME) en zijn op sommige dagen tot onze limiet gepusht. Verwacht geen fysiek ontspannen vakantie want Ruedi heeft een duidelijke visie. Hij wil dat zijn gasten krijgen waarvoor ze gekomen zijn, namelijk het beklimmen van toppen en het dagelijks afleggen van minimaal 1200 hoogtemeters. Deze ervaring is zeker niet voor iedereen weggelegd: “Everyone has their own Everest and I want to help people fi nd it if they are interested. I can coach them to reach their goal.” Onze resultaten van een weekje toeren met de gepassioneerde Ruedi zijn dan ook niet mis: We verbranden 5.000 calorieën per dag, klimmen meer hoogtemeters dan Mt Everest (8844m) en ‘legs of steel, happy souls and hungry for more’

lunch

Een weekje Ruedi is waarschijnlijk niet voor iedereen weggelegd, gelukkig zijn er in de buurt van Nelson genoeg alternatieven. Bij Valhalla Powdercats, een catski-maatschappij, worden ’s ochtends in de bus, om vast in de sfeer te komen, skifilms gedraaid en vanaf dat moment is de stoke voor de hele dag AAN. We skiën dagelijks zeven tot dertien runs door maagdelijke poedervelden, uitdagende couloirs en steile treeruns. Om de benen te sparen wisselen we tours door de backcountry van Whitewater af met bijvoorbeeld een dagje cat-assisted toeren bij White Grizzly Catskiing. Samen met onze gids worden we in een cat, een soort pistebully, net boven de boomgrens afgezet waar alles nog onverspoord is. Hier plakken we de vellen onder en doordat we ‘s ochtends op 2350 meter zijn afgezet, hebben we tijd voor drie lange runs. Ook in Revelstoke schakelen we wat hulp in, door een dagje heli-assisted te gaan toeren bij Selkirk Tangiers. De adrenaline pompt door mijn lijf na de helikoptervlucht en een eindeloze poederafdaling door lichte ‘blower pow’. Om deze hemelse run nog twee keer te kunnen skiën, moet er vanaf nu getoerd worden. Dat is geen probleem, want wederom besef ik dat ik voor kwaliteit boven kwantiteit ga!

tochtPeople of the powder

Steevast vraag ik aan onze nieuwe skivrienden hoe ze in Nelson beland zijn. Een veelgehoord antwoord is: “I came here for a few days and just never left.” Ik kan ze geen ongelijk geven, de meters poeder, pure stoke en authentieke sfeer maken WH2O een speciale plek. Bezielde skibums van alle leeftijden doen me beseffen dat skiën meer is dan sport en hier eerder als een levenswijze geldt. Ik voel me bevoorrecht om samen met zulke hartstochtelijke en fanatieke skiërs op pad te zijn en mijn passie te kunnen delen. Op geen enkele plek ter wereld waar ik heb geskied, ben ik ooit zo trots geweest om een skiër te zijn! Oost west, Nelson best!

Dit is een artikel uit White Magazine #1 2013. Mocht je dit nummer gemist hebben dan kun je deze uiteraard nog bestellen in onze webshop. Je kunt voor het gemak ook abonnee worden zodat alle uitgaven voortaan op je deurmat belanden (zodat je geen nummer meer hoeft te missen).